VGC pakt armoede in Brussel aan

Kwart miljoen voor armoedebestrijding in meest kwetsbare buurten

Donderdag 24 september 2015 — Het VGC-College heeft vandaag beslist om structureel 240.000 euro te investeren in vier Brusselse wijkwerkingen. Het gaat om Bonnevie in Sint-Jans-Molenbeek, de Buurtwinkel in de Anneessenswijk, het Wijkpartenariaat in de Noordwijk en Chambéry in Etterbeek. Deze wijkwerkingen bouwen een sociaal aanbod uit op maat van de wijk: van klusjesdiensten over kinderwerkingen tot sociale restaurants. Ze kiezen allemaal voor een laagdrempelige en meertalige aanpak vanuit één herkenbaar buurthuis. Met deze beslissing komt een einde aan jarenlange onzekerheid voor deze werkingen.

'Het gaat hier om de armste gemeenten van Brussel,' licht Pascal Smet, VGC collegelid bevoegd voor stedelijk beleid, toe. 'Wijkcentrum Bonnevie zit in historisch Molenbeek waar het inkomen de helft is van het Brussels gemiddelde. Meer dan 1 op 3 jongeren is er werkloos, net als in de Aneessenswijk waar de Buurtwinkel actief is. De buurtgerichte aanpak maakt deze wijkwerkingen bijzonder. Voor mensen uit deze wijken, jong en oud, vormen ze een tweede thuis waar ze elkaar ontmoeten, een opleiding volgen of te rade gaan als ze het geld niet hebben om hun lekkend dak te repareren'.

De wijkwerkingen vertrekken vanuit de noden van de buurt. Chambéry baat een sociaal restaurant uit dat populair is bij de vele ouderen in de buurt. In Molenbeek leven duizenden mensen in slechte woningen. Daarom zet Bonnevie sterk in op een renovatiedienst en huurdersondersteuning. Het Wijkpartenariaat geeft jongeren letterlijk ruimte in de volgebouwde Noordwijk. De Buurtwinkel zet in op sociaal onthaal voor de vele buurtbewoners die de weg naar reguliere diensten niet vinden.

Het VGC-College maakt van armoedebestrijding een prioriteit. Elk van deze wijkwerkingen krijgt structureel 60.000 euro voor de overkoepelende werking. 'Er wordt zo een einde gemaakt aan de jarenlange onzekerheid over de financiering en het voortbestaan van deze wijkwerkingen. Zo kunnen ze zich weer concentreren op waar ze goed in zijn: de stad leefbaarder maken voor iedereen,' besluit Pascal Smet.